ECLI:NL:RBROT:2020:5945
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van de Wvggz voor twee weken
De rechtbank Rotterdam behandelde op 13 mei 2020 het verzoek van de officier van justitie tot voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene. Betrokkene was opgenomen na een suïcidepoging en vertoonde ernstig zelfbeschadigend gedrag tijdens opname, wat aanleiding gaf tot voortzetting van de gedwongen zorg.
Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, haar advocaat, een psychiater en haar moeder telefonisch gehoord vanwege COVID-19 maatregelen. De rechtbank stelde vast dat er sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, veroorzaakt door een psychische stoornis, waaronder trauma en depressie, met een risico op levensgevaar en ernstig lichamelijk letsel.
De rechtbank achtte de voortzetting van verplichte zorg noodzakelijk, waaronder bewegingsbeperking, onderzoek aan kleding of lichaam en opname in een accommodatie. Betrokkene verzette zich tegen deze zorg, maar er waren geen minder bezwarende alternatieven. Gezien de aanstaande overplaatsing naar een andere locatie met minder toezicht, werd de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend voor een kortere periode van twee weken, tot en met 27 mei 2020.
Na deze termijn zal opnieuw worden beoordeeld welke zorg nodig is en of voortzetting op vrijwillige basis mogelijk is. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor twee weken tot en met 27 mei 2020.