ECLI:NL:RBROT:2020:5946
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Machtiging voortzetting verblijf cliënt met verstandelijke beperking op grond van artikel 24 Wzd
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een machtiging tot voortzetting van het verblijf van een cliënt met een licht verstandelijke beperking in een geregistreerde accommodatie op grond van artikel 24 van Pro de Wet zorg en dwang (Wzd).
De cliënt verblijft sinds een jaar in de accommodatie en vertoonde voorheen drugsgebruik en onrustig gedrag, wat leidde tot agressie en strafbare feiten. De GZ-psycholoog en persoonlijk begeleider gaven aan dat de cliënt profiteert van de structuur en dat voortzetting van het verblijf noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen en terugval in drugsgebruik te vermijden.
Hoewel de cliënt tijdens de mondelinge behandeling aangaf vrijwillig te willen verblijven en geen behoefte meer aan drugs te hebben, achtte de rechtbank deze verklaring nog onvoldoende consistent. Daarom werd de machtiging verleend voor een kortere duur van drie maanden, zodat binnen die periode kan worden beoordeeld of de vrijwillige bereidheid duurzaam is.
De rechtbank wees erop dat bij een nieuw verzoek mogelijk een psychiatrisch onderzoek kan worden ingezet om de redenen voor het drugsgebruik nader te onderzoeken.
De beschikking werd op 13 mei 2020 mondeling gegeven en op 25 mei 2020 schriftelijk uitgewerkt.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot voortzetting van het verblijf voor drie maanden wegens onvoldoende consistente vrijwillige bereidheid.