ECLI:NL:RBROT:2020:5999
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens strafrechtelijke schuld
Verzoeker heeft op 14 mei 2020 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens een telefonische zitting op 15 juni 2020 is verzoeker gehoord en in de gelegenheid gesteld aanvullende stukken te overleggen.
Verzoeker ontvangt een Participatiewetuitkering en heeft een schuldenlast van €164.375,31. Uit onderzoek blijkt dat een schuld van €2.056,79 bij het CJIB verband houdt met een veroordeling tot betaling van schadevergoeding aan een benadeelde partij, voortvloeiend uit strafbare feiten gepleegd in 2018.
De rechtbank oordeelt dat deze schuld niet te goeder trouw is ontstaan en dat op grond van artikel 288 lid 2 sub c Fw Pro in verbinding met artikel 358 lid 4 Fw Pro een strafrechtelijke vordering binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek aan toelating tot de regeling in de weg staat. Daarom wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens een strafrechtelijke schuld binnen vijf jaar voorafgaand aan het verzoek.