Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- Santander Consumer Finance Benelux B.V. (hierna: Santander);
- Hoist Kredit AB (hierna: Hoist);
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot toepassing van een dwangakkoord op grond van artikel 287a Faillissementswet, nadat een schuldregeling werd aangeboden aan schuldeisers. Het akkoord voorzag in een betaling van 8,33% aan de preferente en 4,16% aan de concurrente schuldeisers, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoeker met een fulltime dienstverband. Vijftien schuldeisers stemden in, maar Santander weigerde vanwege het niet maximaal haalbare karakter van het aanbod.
Santander stelde dat het aanbod onvoldoende rekening hield met de arbeidscapaciteit van verzoekster, die niet werkte en geen inspanning leverde om werk te vinden, terwijl er geen bewijs was van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank overwoog dat het belang van Santander als schuldeiser met een groot aandeel in de schuldenlast (24,69%) zwaarder weegt dan dat van verzoekers en overige schuldeisers.
De rechtbank concludeerde dat het aanbod niet het maximaal haalbare is, omdat het uitsluitend gebaseerd is op het inkomen van verzoeker en geen rekening houdt met de situatie van verzoekster. Hierdoor zijn schuldeisers benadeeld sinds het aanbod werd gedaan. Het verzoek om Santander te bevelen in te stemmen met de schuldregeling werd daarom afgewezen. De procedure voor toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt separaat voortgezet.
Uitkomst: Het verzoek tot dwangakkoord wordt afgewezen omdat het aangeboden akkoord niet het maximaal haalbare is en de weigering van Santander redelijk is.