Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[eiser 1] ,
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding met producties van 29 oktober 2019;
- de conclusie van antwoord met producties;
- het tussenvonnis van 27 januari 2020 waarin een mondelinge behandeling is bepaald, welke mondelinge behandeling als gevolg van de corona-uitbraak niet heeft plaatsgevonden;
- de getuigenverklaringen die door [gedaagde] in het geding zijn gebracht bij brief van 3 april 2020;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil in conventie en reconventie
- de vordering van [gedaagde] geen bestanddeel is van de nalatenschap;
- [gedaagde] niet mocht overgaan tot verrekening van die vordering met de opbrengst van de nalatenschap;
- het bedrag van € 11.000,- wordt voldaan aan de nalatenschap, waarna [eiser 1] en [eiser 2] over kunnen gaan tot de verdeling daarvan;
- het bedrag dat door [gedaagde] dient te worden voldaan wordt vermeerderd met de wettelijke rente;
- [gedaagde] te veroordelen in de kosten van het geding, een bedrag aan salaris voor de gemachtigde daarin begrepen.