Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een vordering van de zorgverzekeraar DSW tegen een verzekerde wegens niet-betaalde premie en eigen risico. De verzekerde had een betalingsregeling getroffen, maar is daarmee in april 2019 gestopt. DSW vordert betaling van het openstaande bedrag van €503,08 plus wettelijke rente en incassokosten.
De verzekerde betwistte aanvankelijk de opeisbaarheid van de vordering vanwege de betalingsregeling, maar erkende later dat hij de betalingen had gestaakt. Hij stelde dat DSW niet in redelijkheid tot dagvaarding mocht overgaan omdat hij alle gevraagde documenten had aangeleverd, maar kon dit niet overtuigend onderbouwen.
De kantonrechter oordeelde dat de betalingsregeling vervallen was door het niet nakomen van de verplichtingen door de verzekerde en dat de vordering daarom opeisbaar is. De gevorderde wettelijke rente en incassokosten werden eveneens toegewezen. De verzekerde werd veroordeeld tot betaling van het bedrag, de rente, incassokosten en proceskosten, en het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige premie, rente, incassokosten en proceskosten.