ECLI:NL:RBROT:2020:6061

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
28 februari 2020
Publicatiedatum
9 juli 2020
Zaaknummer
8020833 CV EXPL 19-38526
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.M. van de Ven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 246 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering zorgverzekeraar afgewezen wegens verkeerde partij gedagvaard

VGZ Zorgverzekeraar heeft een vordering ingesteld tegen een gedaagde, maar heeft ten onrechte de gedaagde zelf gedagvaard in plaats van diens bewindvoerder. VGZ verzocht om royement van de procedure, maar de gedaagde stemde hier niet mee in, waardoor de zaak niet werd doorgehaald.

VGZ erkende vervolgens dat zij de verkeerde partij had gedagvaard en wenste de vordering te verminderen tot nihil. De kantonrechter besloot daarom alleen over de proceskosten te oordelen. VGZ werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de zijde van de gedaagde, vastgesteld op €72,00.

De uitspraak benadrukt het belang van het correct dagvaarden van de juiste partij, in dit geval de bewindvoerder, en bevestigt dat een procedure niet kan worden doorgehaald zonder instemming van beide partijen.

Uitkomst: Vordering van VGZ Zorgverzekeraar wordt afgewezen wegens verkeerde partij gedagvaard; VGZ wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €72,00.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 8020833 CV EXPL 19-38526
uitspraak: 28 februari 2020
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
VGZ Zorgverzekeraar N.V.,
gevestigd te Arnhem,
eiseres,
gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats gedaagde] ,
gedaagde,
gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak.
Partijen worden hierna aangeduid als ‘VGZ’ en ‘ [gedaagde] ’.

1..Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 13 augustus 2019, met producties;
de incidentele conclusie van niet-ontvankelijkheid tevens conclusie van antwoord, met producties;
de akte houdende royement.
Het vonnis is bepaald op heden.

2..De beoordeling

2.1
In deze procedure heeft VGZ om ‘royement’ van de procedure verzocht omdat niet [gedaagde] maar de bewindvoerder gedagvaard had moeten worden. [gedaagde] heeft de kantonrechter op 27 januari 2020 bericht dat hij niet akkoord gaat met het royement van de procedure en de kantonrechter verzocht VGZ te veroordelen in de proceskosten.
2.2
De kantonrechter begrijpt het verzoek van VGZ tot royement van de procedure als een verzoek tot doorhaling op de rol op grond van het bepaalde in artikel 246 Rv Pro. Doorhaling op de rol kan slechts plaatsvinden indien beide partijen daarmee instemmen. Nu [gedaagde] niet instemt met het betreffende verzoek zal de zaak niet worden doorgehaald.
2.3
De kantonrechter begrijpt dat VGZ haar vordering niet wenst te handhaven en dus wenst te verminderen tot nihil. Daarom zal alleen een beslissing over de proceskosten worden genomen.
2.4
VGZ heeft erkend dat zij de verkeerde partij heeft gedagvaard. Zij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Op basis van de daarvoor geldende tarieven heeft [gedaagde] recht op een bedrag van € 72,00 aan salaris gemachtigde (gebaseerd op één punt).

3..De beslissing

De kantonrechter:
veroordeelt VGZ in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 72,00.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.M. van de Ven en uitgesproken ter openbare terechtzitting.
43416