ECLI:NL:RBROT:2020:6064
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens huurachterstand met termijn voor betaling
De zaak betreft een geschil tussen een verhuurder en huurder over een huurachterstand en gebreken aan de gehuurde woning. De huurder heeft een achterstand van zeven maanden met een totaalbedrag van €4.900,-, welke niet is betwist. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming, alsmede betaling van de achterstallige huur, wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en toekomstige huur.
De huurder voert aan dat de achterstand is ontstaan door ziekte en dat hij bereid en in staat is de achterstand volledig te voldoen. Hij verzoekt om een termijn (terme de grâce) om alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. De kantonrechter oordeelt dat de achterstand ernstig genoeg is voor ontbinding, maar houdt rekening met de persoonlijke omstandigheden van de huurder en verleent een termijn van één maand om de schuld inclusief rente en kosten te voldoen. Bij niet-naleving wordt de overeenkomst ontbonden en volgt ontruiming.
In reconventie vordert de verhuurder herstel van gebreken aan de woning. De huurder betwist dat er gebreken zijn of dat deze gemeld zijn. De kantonrechter stelt vast dat de gebreken aan de keukendeur, hal en entree zijn verholpen en onvoldoende is gebleken van niet-herstelde gebreken. De vordering in reconventie wordt afgewezen.
De kantonrechter veroordeelt de huurder tot betaling van de achterstallige huur, incassokosten en rente, en tot betaling van de lopende huur tot ontruiming. De huurder krijgt een maand om te betalen, waarna ontbinding en ontruiming volgen bij niet-naleving. Proceskosten worden toegewezen aan de verhuurder in conventie en nihil in reconventie.
Uitkomst: Huurovereenkomst ontbonden bij niet-betaling binnen een maand; vordering tot herstel gebreken afgewezen.