Uitspraak
[naam veroordeelde] ,
Opgelegde straf
Rotterdam van 2 augustus 2018, is aan de veroordeelde een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 24 maanden, met aftrek van voorarrest.
Rechtbank Rotterdam
De veroordeelde was bij onherroepelijk vonnis veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan voorwaardelijke invrijheidstelling was verleend per 7 juli 2019. Als bijzondere voorwaarde moest hij verblijven in een instelling voor begeleid wonen, Exodus, en het dagprogramma volgen. De proeftijd begon op 3 oktober 2019.
Het openbaar ministerie vorderde gedeeltelijke herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling omdat de veroordeelde zonder toestemming Exodus had verlaten om bij zijn vriendin te gaan wonen. De reclassering bevestigde dat hierdoor toezicht niet langer mogelijk was en dat de veroordeelde niet gemotiveerd was voor begeleiding buiten de regio Utrecht.
Tijdens de zitting verklaarde een reclasseringswerker dat de vriendin een beschermende factor is en dat de veroordeelde openstaat voor opname in een begeleide woonvorm in de regio Rotterdam. De veroordeelde is inmiddels bij meerdere woonvormen aangemeld, maar het is onduidelijk wanneer plaatsing mogelijk is.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde verwijtbaar de verblijfvoorwaarde heeft geschonden en wijst de vordering tot gedeeltelijke herroeping toe. De herroeping wordt beperkt tot 36 dagen, rekening houdend met de reeds 34 dagen durende detentie. Het bevel tot schorsing van de voorwaardelijke invrijheidstelling wordt per 12 juni 2020 opgeheven.
Uitkomst: De voorwaardelijke invrijheidstelling wordt gedeeltelijk herroepen en de veroordeelde moet 36 dagen extra gevangenisstraf ondergaan.