ECLI:NL:RBROT:2020:6072

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 juni 2020
Publicatiedatum
10 juli 2020
Zaaknummer
10/691046-18 / VI-99/000692-37
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging proeftijd voorwaardelijke invrijheidstelling wegens onvoldoende voortgang begeleiding

De veroordeelde was bij vonnis van 3 juli 2018 veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan hij op 4 juli 2019 voorwaardelijk in vrijheid werd gesteld met een proeftijd van 365 dagen. Tijdens deze proeftijd moest hij medewerking verlenen aan begeleiding gericht op het verkrijgen van woonruimte, het vinden van betaald werk en het volgen van behandeling.

Op 25 mei 2020 diende de officier van justitie een vordering in tot verlenging van de proeftijd, onderbouwd met een rapport van de reclassering van 15 mei 2020. Tijdens de terechtzitting van 10 juni 2020 werden de veroordeelde, de officier van justitie en een reclasseringswerker gehoord. De reclasseringswerker gaf aan dat de veroordeelde aanvankelijk gemotiveerd was maar twee keer een begeleide woonplaats afwees en onvoldoende zelfstandig werkte aan de doelen van het toezicht.

De rechtbank oordeelde dat verlenging van de proeftijd met één jaar noodzakelijk is om de veroordeelde verder te begeleiden bij het vinden van woonruimte en betaald werk, en om de behandeling bij de Forensische polikliniek De Waag voort te zetten. De veroordeelde stemde hiermee in. De rechtbank wees de vordering toe en verlengde de proeftijd met één jaar.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling met één jaar.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team straf
VI-zaaknummer: 99/000692-37
Parketnummer: 10/691046-18
Datum uitspraak: 10 juni 2020
Beslissing van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam in de zaak betreffende de veroordeelde
[naam veroordeelde] ,
geboren te [geboorteplaats veroordeelde] op [geboortedatum veroordeelde] ,
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:
[adres veroordeelde] , [postcode veroordeelde] [woonplaats veroordeelde] ,
Raadsman mr. J.P.A. van Schaik, advocaat te Veenendaal.

1..Procesverloop

1.1.
Voorgaande veroordeling
Bij vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken van de rechtbank Rotterdam van 3 juli 2018 is aan de veroordeelde een gevangenisstraf van 24 maanden opgelegd.
1.2.
Voorwaardelijke invrijheidstelling
Over deze straf is voorwaardelijke invrijheidstelling verleend per 4 juli 2019. De veroordeelde is per die datum ook feitelijk in vrijheid gesteld.
Hieraan zijn voor zover hier van belang de volgende bijzondere voorwaarden verbonden:
  • de veroordeelde dient medewerking te verlenen aan en een actieve inspanning te verrichten voor (een traject gericht op) het verkrijgen en het behouden van woonruimte en een structurele en zinvolle (betaalde) dagbesteding en/of scholing;
  • de veroordeelde dient een open, gemotiveerde en meewerkende houding te tonen met betrekking tot het toezicht en de behandeling;
  • de veroordeelde dient een actieve inspanning te verrichten en medewerking te verlenen aan de HIT-aanpak;
  • de veroordeelde dient openheid van zaken te tonen ten aanzien van zijn financiële situatie.
De proeftijd vanaf de hierboven genoemde dag van voorwaardelijke invrijheidstelling bedraagt 365 dagen.
1.3.
Vordering
Op 25 mei 2020 heeft de officier van justitie een vordering ingediend tot verlenging de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling van de opgelegde gevangenisstraf.
Bij de vordering is overgelegd het rapport d.d. 15 mei 2020 van Reclassering Nederland, (hierna: “de reclassering”).
1.4.
Onderzoek op de terechtzitting
Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 10 juni 2020.
De officier van justitie mr. N. van der Meij en de veroordeelde zijn gehoord. De veroordeelde heeft na daarover telefonisch overleg gevoerd te hebben met zijn raadsman, ingestemd met verhoor buiten aanwezigheid van zijn raadsman op de terechtzitting.
Voorts is de getuige-deskundige de heer [naam getuige-deskundige] , als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland gehoord. Hij verklaarde:
De veroordeelde was bij de start van het reclasseringstoezicht gemotiveerd voor begeleiding en hulpverlening. Hij was aangemeld bij een begeleide woonvorm, maar heeft tot twee keer toe een plaatsing niet geaccepteerd. Hij vreesde dat het weer mis zou gaan gedurende zijn verblijf in begeleid wonen. Het is hem echter ook niet gelukt om zelfstandig te werken aan de gestelde doelen van het toezicht waaronder het vinden en behouden van betaald werk, zodat hij eigen woonruimte kon huren. Met de veroordeelde is thans besproken dat hij zich begeleidbaar dient op te stellen zodat het toezicht, als het goed gaat, voortijds kan worden beëindigd. De veroordeelde deelt die visie.
De veroordeelde heeft op de zitting verklaard ermee in te kunnen stemmen dat de proeftijd wordt verlengd met een jaar. Hij is bereid zich aan de gestelde voorwaarden te houden.

2..Beoordeling

De rechtbank is op grond van het advies van de reclassering en de daarop ter zitting gegeven toelichting van oordeel dat de proeftijd dient te worden verlengd met een jaar. Deze periode is nodig om de veroordeelde te plaatsen in een begeleide woonvorm en om hem verder te begeleiden bij het vinden en behouden van betaald werk. Daarnaast dient nog behandeling plaats te vinden. De veroordeelde is hiertoe aangemeld en staat op een wachtlijst bij Forensische polikliniek De Waag.

3..Beslissing

De rechtbank
wijst de vordering toe en verlengt de proeftijd met één jaar.
Deze beslissing is genomen door mr. M.V. Scheffers, voorzitter,
en mrs. G.C. van de Grampel en A. Bonder, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. H.P. Eekhout, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 10 juni 2020.
De oudste rechter en de jongste rechter en de griffier zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.