De veroordeelde was bij vonnis van 3 juli 2018 veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf, waarvan hij op 4 juli 2019 voorwaardelijk in vrijheid werd gesteld met een proeftijd van 365 dagen. Tijdens deze proeftijd moest hij medewerking verlenen aan begeleiding gericht op het verkrijgen van woonruimte, het vinden van betaald werk en het volgen van behandeling.
Op 25 mei 2020 diende de officier van justitie een vordering in tot verlenging van de proeftijd, onderbouwd met een rapport van de reclassering van 15 mei 2020. Tijdens de terechtzitting van 10 juni 2020 werden de veroordeelde, de officier van justitie en een reclasseringswerker gehoord. De reclasseringswerker gaf aan dat de veroordeelde aanvankelijk gemotiveerd was maar twee keer een begeleide woonplaats afwees en onvoldoende zelfstandig werkte aan de doelen van het toezicht.
De rechtbank oordeelde dat verlenging van de proeftijd met één jaar noodzakelijk is om de veroordeelde verder te begeleiden bij het vinden van woonruimte en betaald werk, en om de behandeling bij de Forensische polikliniek De Waag voort te zetten. De veroordeelde stemde hiermee in. De rechtbank wees de vordering toe en verlengde de proeftijd met één jaar.