De rechtbank Rotterdam behandelde een incidentverzoek van de vrouw tot het treffen van een voorlopige voorziening, namelijk de afgifte van de sleutels van een appartement in Kroatië dat onderdeel uitmaakte van de huwelijksgemeenschap. De vrouw stelde dat de man het appartement zonder haar toestemming had weggeschonken aan zijn vader, waardoor zij financieel benadeeld zou zijn.
De rechtbank constateerde dat dezelfde kwestie al aanhangig is bij de familiekamer, die eerder had geoordeeld dat de man voor de schenking toestemming van de vrouw nodig had en dat hij de huwelijksgemeenschap had benadeeld. De rechtbank oordeelde dat de vrouw onvoldoende belang had bij het incidentverzoek, mede omdat de familiekamer de bevoegdheid heeft om deskundigen te benoemen en de verdeling van de huwelijksgemeenschap te regelen.
De rechtbank verwierp ook het standpunt van de vrouw dat zij als mede-eigenaar het recht heeft om het appartement te betreden, omdat het appartement door schenking en erfenis niet meer tot de huwelijksgemeenschap behoort. De vraag of de hoofdzaak naast de procedure bij de familiekamer zinloos is, wordt aangehouden tot na de mondelinge behandeling.
De proceskosten in het incident worden gecompenseerd vanwege de ex-echtelijke relatie van partijen. De zaak wordt op 5 augustus 2020 voortgezet voor verdere behandeling van de hoofdzaak.