In deze zaak vordert Human Concern vergoeding van kosten voor de behandeling van twee patiënten in een gespecialiseerd GGZ-programma in Portugal. De rechtbank stelt vast dat de behandeling medisch verantwoord was en indicatie voor SGGZ bestond, maar oordeelt dat de factuur voor de eerste patiënt niet toewijsbaar is wegens onvoldoende onderbouwing.
Voor de tweede patiënt geldt dat de polis van DSW een combinatiepolis is met tegenstrijdige bepalingen. De rechtbank volgt de meest gunstige uitleg voor de verzekerde, waardoor Human Concern aanspraak kan maken op volledige vergoeding van het wettelijk maximumtarief volgens de NZa.
Human Concern vordert ook wettelijke rente vanaf mei 2013 en buitengerechtelijke kosten. De rechtbank wijst de rente toe vanaf het moment van ontvangst van het betalingsverzoek in 2013 en kent buitengerechtelijke kosten toe conform het wettelijke tarief. Proceskosten worden gecompenseerd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.