De rechtbank Rotterdam behandelde op 30 juni 2020 het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarig kind. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit en het kind woont bij haar. De eerdere ondertoezichtstelling liep tot 16 juli 2020. De Raad voor de Kinderbescherming vroeg verlenging voor de resterende negen maanden van een totaal van twaalf.
De zorgen betreffen de veiligheid van het kind en de moeder, mede door huiselijk geweld en de problematische relatie met de vader. De moeder heeft stappen gezet richting verbetering, maar deze zijn nog pril. Hulpverlening vanuit Arosa wordt aanbevolen om de moeder te ondersteunen in het omgaan met de vader en het bevorderen van een veilige omgeving.
De moeder verblijft tijdelijk bij een tante, maar kan daar niet blijven vanwege escalaties veroorzaakt door de vader. Ondanks haar wens om geen contact meer met de vader te hebben, blijkt uit het dossier een patroon van hernieuwd contact na incidenten. De rechtbank acht verlenging noodzakelijk om de veiligheid en ontwikkeling van het kind te waarborgen.
De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling tot 16 april 2021 en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad. De beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door kinderrechter M.P. van der Stroom.