De kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam behandelde op 30 juni 2020 het verzoek van een ex-werknemer, werkzaam als chauffeur bij TMD Logistics B.V., tot betaling van een transitievergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging, achterstallig vakantiegeld en niet-genoten vakantiedagen.
De arbeidsovereenkomst was aangegaan voor zes maanden en werd op 2 maart 2020 per direct door TMD beëindigd, zonder inachtneming van de wettelijke opzegtermijn van één maand. De werknemer vorderde onder meer een transitievergoeding van € 711,36, een schadeloosstelling wegens onregelmatige opzegging van € 2.134,08, vakantiegeld en uitbetaling van vakantiedagen.
TMD verscheen niet ter zitting en leverde geen verweer. De kantonrechter stelde vast dat de transitievergoeding op grond van de wettelijke berekening € 655,97 bedraagt en kende dit toe met wettelijke rente vanaf 2 maart 2020. De vergoeding wegens onregelmatige opzegging werd eveneens toegewezen, evenals het vakantiegeld van € 1.422,00 en de uitbetaling van 24,2 niet-genoten vakantiedagen ter waarde van € 2.207,04, beide met wettelijke rente vanaf 29 april 2020.
TMD werd veroordeeld in de proceskosten en de beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.