ECLI:NL:RBROT:2020:6267
Rechtbank Rotterdam
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Beroep wegens niet tijdig beslissen op bezwaar bijzondere bijstand afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid
Eiser diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor juridische kosten, die door verweerder aanvankelijk niet werd behandeld vanwege onvolledigheid. Verweerder gaf aan dat de aanvraag was ingetrokken, maar dit bleek niet het geval. Na ingebrekestelling wees verweerder de aanvraag formeel af. Eiser stelde beroep in wegens niet tijdig beslissen, maar dit werd eerst niet-ontvankelijk verklaard omdat er inmiddels een besluit was.
De rechtbank oordeelt dat de mededeling van verweerder als een schriftelijke weigering tot besluit moet worden gezien, waarop bezwaar kon worden gemaakt. Het bezwaar werd echter te laat ingediend en is kennelijk niet-ontvankelijk. Het eerdere beroep wegens niet tijdig beslissen is gegrond, omdat verweerder te laat besliste, maar het bezwaar tegen het besluit is niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van belang en termijnoverschrijding.
De rechtbank wijst het verzoek om vaststelling van een dwangsom af omdat geen dwangsom is verbeurd. Verweerder moet het betaalde griffierecht vergoeden. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak wordt gedaan zonder zitting en kan binnen zes weken worden bestreden door verzet.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en termijnoverschrijding.