Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 15 april 2020, met producties;
- de aantekeningen van 2 juni 2020 van het mondelinge antwoord van [gedaagde] .
Rechtbank Rotterdam
VGZ Zorgverzekeraar vordert betaling van een openstaande premie van januari 2020 en bijkomende wettelijke rente van gedaagde. De gedaagde erkent de hoofdsom en verzoekt om een betalingsregeling vanwege financiële beperkingen.
De kantonrechter stelt vast dat de hoofdsom van €107,95 onbetwist is en toewijsbaar. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden echter afgewezen omdat VGZ geen bewijs heeft geleverd van een kosteloze aanmaning conform artikel 6:96 lid 6 BW Pro, wat een vereiste is voor toewijzing van deze kosten.
De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 8 april 2020 tot volledige betaling. De kantonrechter verwijst de gedaagde voor een betalingsregeling naar VGZ zelf, omdat de rechter dit niet kan opleggen zonder instemming van de schuldeiser. Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van VGZ. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de premie en wettelijke rente, incassokosten worden afgewezen.