In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder ontruiming van de woning en betaling van achterstallige huur, incassokosten en wettelijke rente, omdat de huurder sinds februari 2020 de huur niet meer volledig betaalt en de huurovereenkomst per 30 april 2020 heeft opgezegd.
De huurder erkent tijdens de mondelinge behandeling de achterstand. De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand ten minste vier maanden bedraagt en dat de huurder zonder recht of titel in de woning verblijft sinds 1 mei 2020. De gevorderde ontruiming wordt toegewezen met een termijn van zeven dagen na betekening van het vonnis.
Daarnaast wordt de betaling van € 9.066,43 aan achterstallige huur, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten van € 835,75 toegewezen. De huurder wordt tevens veroordeeld tot betaling van de maandelijkse huur tot aan de ontruiming. De proceskosten worden aan de zijde van de verhuurder toegewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.