De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond heeft verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige voor zes maanden. De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 18 juli 2020. De instelling motiveerde het verzoek met zorgen over het grensoverschrijdend gedrag van de minderjarige, verschillen in opvoedingsstijlen van de ouders en het belang van speltherapie en opvoedondersteuning.
De moeder en vader waren het niet eens met het verzoek. De moeder erkende haar persoonlijke problematiek maar stond open voor hulpverlening, terwijl de vader vond dat de ondertoezichtstelling stress veroorzaakte en dat er onvoldoende voortgang was geboekt. Beide ouders waren bereid om ondersteuning te organiseren.
De kinderrechter oordeelde dat het wettelijke criterium voor verlenging niet was voldaan. De ouders kunnen communiceren en hebben het beste met de minderjarige voor. Hoewel er nog zorgen zijn over het gedrag van het kind, achten zij zich in staat de hulpverlening zelfstandig te organiseren. Een verlenging zou contraproductief kunnen zijn. Daarom werd het verzoek afgewezen, met het advies om speltherapie en andere hulpverlening voort te zetten.
De beschikking is mondeling gegeven op 9 juli 2020 en schriftelijk vastgesteld op 16 juli 2020. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden via het gerechtshof Den Haag.