ECLI:NL:RBROT:2020:6311

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 juli 2020
Publicatiedatum
16 juli 2020
Zaaknummer
C/10/598916 / JE RK 20-1772
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot verlenging ondertoezichtstelling minderjarige afgewezen

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond heeft verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige voor zes maanden. De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 18 juli 2020. De instelling motiveerde het verzoek met zorgen over het grensoverschrijdend gedrag van de minderjarige, verschillen in opvoedingsstijlen van de ouders en het belang van speltherapie en opvoedondersteuning.

De moeder en vader waren het niet eens met het verzoek. De moeder erkende haar persoonlijke problematiek maar stond open voor hulpverlening, terwijl de vader vond dat de ondertoezichtstelling stress veroorzaakte en dat er onvoldoende voortgang was geboekt. Beide ouders waren bereid om ondersteuning te organiseren.

De kinderrechter oordeelde dat het wettelijke criterium voor verlenging niet was voldaan. De ouders kunnen communiceren en hebben het beste met de minderjarige voor. Hoewel er nog zorgen zijn over het gedrag van het kind, achten zij zich in staat de hulpverlening zelfstandig te organiseren. Een verlenging zou contraproductief kunnen zijn. Daarom werd het verzoek afgewezen, met het advies om speltherapie en andere hulpverlening voort te zetten.

De beschikking is mondeling gegeven op 9 juli 2020 en schriftelijk vastgesteld op 16 juli 2020. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden via het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling is afgewezen omdat de ouders voldoende in staat zijn de hulpverlening zelfstandig te organiseren.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/598916 / JE RK 20-1772
datum uitspraak: 9 juli 2020

beschikking

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende

[naam minderjarige] ,

geboren op [geboortedatum minderjarige] 2010 te [geboorteplaats minderjarige] , hierna te noemen [voornaam minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] ,

hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder] ,

[naam vader] ,

hierna te noemen de vader, wonende te [woonplaats vader] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 22 juni 2020, ingekomen bij de griffie op 24 juni 2020.
Op 9 juli 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de moeder,
- de vader,
- een vertegenwoordigster van de GI, mw. [naam vertegenwoordigster] .

De feiten

Het ouderlijk gezag over [voornaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de ouders.
Bij beschikking van 11 maart 2020 is de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] verlengd tot
18 juli 2020.

Het verzoek

De GI heeft verzocht de ondertoezichtstelling van [voornaam minderjarige] te verlengen voor de duur van zes maanden.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. De doelen die de Raad destijds heeft gesteld, zijn nog niet allemaal behaald. Er is onvoldoende zicht of [voornaam minderjarige] onbelast contact kan hebben met beide ouders. De ouders hebben ieder een eigen opvoedingsstijl. De GI wil onderzoeken of [voornaam minderjarige] daar last van heeft. Het is belangrijk dat de ouders dezelfde regels hanteren. Daarnaast zijn er zorgen over [voornaam minderjarige] . Hij vertoont grensoverschrijdend en meeloopgedrag en vindt het lastig om zijn gevoelens te uiten. De GI wil daarom speltherapie inzetten voor [voornaam minderjarige] . Ook zal het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) met de ouders aan de slag gaan. De GI vindt het belangrijk dat de ouders opvoedondersteuning krijgen. De ouders zien de meerwaarde hier niet van in, waardoor zij de hulpverlening in het vrijwillig kader zullen beëindigen.

De standpunten

De moeder is het niet eens met het verzoek. [voornaam minderjarige] heeft altijd extra aandacht nodig gehad. De ouders beseffen dat zij samen voor [voornaam minderjarige] moeten zorgen. De moeder heeft persoonlijke problematiek, maar doet haar best voor [voornaam minderjarige] . Het is belemmerend om constant in de gaten gehouden te worden door de GI. De moeder staat open voor hulpverlening van het CJG voor [voornaam minderjarige] .
De vader is het niet eens met het verzoek. De afgelopen periode is er niets gebeurd. Kinderen Uit de Knel (KUK) was te belastend voor de ouders en [voornaam minderjarige] . De vader begrijpt de zorgen over [voornaam minderjarige] en stemt in met de speltherapie van het CJG. De ondertoezichtstelling geeft stress. De ouders zijn in staat om te communiceren over [voornaam minderjarige] .

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt niet dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Er waren destijds ernstige zorgen over de echtscheidingsproblematiek tussen de ouders en de impact daarvan op de ontwikkeling van [voornaam minderjarige] . Op dit moment heeft [voornaam minderjarige] minder last van de scheiding. De ouders zijn in staat om te communiceren over de opvoeding van [voornaam minderjarige] en hebben het beste met hem voor.
Er bestaan nog wel zorgen over het gedrag van [voornaam minderjarige] . Hij vertoont zorgelijk gedrag op school. Het is belangrijk dat [voornaam minderjarige] ondersteuning blijft ontvangen. Beide ouders hebben hiermee ingestemd. De kinderrechter is van oordeel dat beide ouders voldoende in staat moeten worden geacht de hulpverlening voor [voornaam minderjarige] zelfstandig te organiseren, waardoor een verlenging van de ondertoezichtstelling niet meer noodzakelijk is. Een verlenging van de ondertoezichtstelling kan contraproductief werken. De kinderrechter zal daarom het verzoek van de GI afwijzen. De kinderrechter acht het van belang dat speltherapie voor [voornaam minderjarige] wordt ingezet en dat de ouders ook eventuele andere hulpverlening voor [voornaam minderjarige] inzetten.

De beslissing

De kinderrechter:
wijst het verzoek van de GI af.
Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2020 door mr. F. Aukema-Hartog, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.M. Ruijgrok als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 16 juli 2020.
De griffier is buiten staat
deze beschikking mede
te ondertekenen.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.