De rechtbank Rotterdam heeft op 20 juli 2020 een beschikking gegeven waarin het ouderlijk gezag van de moeder over twee minderjarige kinderen wordt beëindigd. De kinderen, geboren in 2008 en 2010, verblijven sinds augustus 2019 bij de vader. De Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instelling hebben verzocht het gezag van de moeder te beëindigen vanwege haar onvoorspelbare en frustrerende houding die de hulpverlening en ontwikkeling van de kinderen belemmert.
Tijdens de zitting is gebleken dat de moeder het perspectief van de kinderen bij de vader niet accepteert en geen medewerking verleent aan hulpverleningstrajecten. De communicatie tussen de ouders is ernstig verstoord, wat leidt tot stress en onveilige opvoedingssituaties voor de kinderen. De vader en stiefmoeder bieden een stabiele omgeving waarin de kinderen zich goed ontwikkelen.
De rechtbank oordeelt dat het gezamenlijk gezag en de uitvoering daarvan de ontwikkeling van de kinderen ernstig bedreigt. De moeder misbruikt haar gezag door het frustreren van hulpverlening en het niet nemen van beslissingen in het belang van de kinderen. Daarom wordt het verzoek van de Raad toegewezen en het gezag van de moeder beëindigd, waarbij de vader het eenhoofdig gezag krijgt toegewezen. De moeder wordt tevens veroordeeld tot het afleggen van rekening en verantwoording over het vermogen van de kinderen.