ECLI:NL:RBROT:2020:6400
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verstekvonnis en gedeeltelijke toewijzing geldvordering in verzetprocedure
In deze civiele verzetprocedure heeft eiseres verzet aangetekend tegen een verstekvonnis waarbij zij was veroordeeld tot betaling van ruim €10.000 aan gedaagde. De rechtbank oordeelt dat eiseres tijdig in verzet is gekomen en dus ontvankelijk is.
De rechtbank stelt vast dat eiseres slechts €3.000 heeft geleend en daarvan al zes termijnen van €300 heeft terugbetaald, zodat nog €1.200 resteert. De vermeende lening van €31.000 en de daaraan gekoppelde documenten worden gemotiveerd betwist door eiseres en niet voldoende onderbouwd door gedaagde.
De rechtbank vernietigt het verstekvonnis en wijst de vordering toe tot het bedrag van €1.200 met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens ontbreken van een kosteloze aanmaning. De proceskosten van het verstek worden aan eiseres opgelegd, terwijl gedaagde de kosten van het verzet moet dragen.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd en eiseres wordt veroordeeld tot betaling van €1.200 met wettelijke rente, terwijl de rest van de vordering wordt afgewezen.