Eiseres ontving een persoonsgebonden budget (pgb) voor begeleiding bij sociaal en persoonlijk functioneren op grond van de Wmo 2015. Verweerder stelde het pgb vast op anderhalf tot drie uur begeleiding per week, gebaseerd op een medisch advies van Salude. Eiseres betoogde dat dit onvoldoende was, mede door het ontbreken van adequate GGZ-behandeling en een grotere begeleidingsbehoefte.
De rechtbank oordeelt dat eiseres tot en met 2019 de gewenste begeleiding van Moments of Care heeft ontvangen en daarvoor niets verschuldigd is, waardoor zij voor die periode geen belang meer heeft bij beoordeling van het besluit. De rechtbank stelt dat de opvatting van verweerder dat begeleiding in de Wmo 2015 beperkt is tot de thuissituatie en slechts incidenteel buiten die situatie kan plaatsvinden, niet zonder meer aanvaardbaar is.
Verder is onvoldoende duidelijk op welke wijze de omvang van de begeleiding is vastgesteld en ontbreekt nadere afstemming met de GGZ-behandelaar. De rechtbank wijst op het belang van nader onderzoek naar de ondersteuningsbehoefte vanaf januari 2020, mede gezien de wisseling van GGZ-behandelaar en het ontbreken van een medisch heronderzoek.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en gelast verweerder een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.