Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 3;
- het bericht van 12 juni 2020 zijdens [eiser] met aanvullende producties 4 en 5;
- het bericht van 16 juni 2020 zijdens [gedaagde] met twee producties.
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
- € 2.400,00 aan hoofdsom;
- € 800,00 per maand, onder voorbehoud van huurverhoging, voor iedere maand na mei 2020 dat [gedaagde] met ontruiming van de woonruimte in gebreke blijft, een ingegane maand voor een gehele te rekenen;
- € 18,24 aan wettelijke rente over de hoofdsom vanaf de vervaldatum tot 18 mei 2020;
- de wettelijke over de hoofdsom vanaf 18 mei 2020 tot de dag van algehele voldoening;
- de proceskosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis, alsmede de nakosten.
4..De beoordeling
5..De beslissing
- € 338,96 aan verschotten;
- € 721,00 aan salaris voor de gemachtigde;
- voornoemde bedragen vermeerderd met de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW Pro ingaande veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag van de algehele voldoening;