Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1..De procedure
- het verzoekschrift met bijlagen van de vrouw, ingekomen op 14 mei 2020;
- het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift met bijlagen van de man, ingekomen op 23 juni 2020;
- de brief met bijlagen van de vrouw van 24 juni 2020.
Daarbij zijn verschenen:
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat;
- de raad voor de kinderbescherming Rotterdam-Dordrecht (hierna: de raad), vertegenwoordigd door [naam vertegenwoordiger] .
2..De vaststaande feiten
3..De beoordeling
€ 127.666,-(productie 14 bij het verweerschrift van de man);
€ 480,- +
€ 592,- per maand per kind.
- Het op de Participatiewet gebaseerde normbedrag, inclusief vakantiegeld, voor een alleenstaande van € 1.052,-.
- De woonlasten van € 189,-, bestaande uit de hypotheekaflossing/premie levensverzekering van € 324,- en de overige eigenaarslasten, die worden gesteld op € 95,-, verminderd met de gemiddelde basishuur van € 230,-.
- De ziektekosten van € 133,-, bestaande uit de premie voor een zorgverzekering, inclusief aanvullende verzekeringen, van € 134,-, verminderd met het al in de bijstandsnorm begrepen deel van de ziektekosten van € 33,- en vermeerderd met het eigen risico dat aan deze verzekering is verbonden van € 32,- per maand.
€ 1.374,- per maand bedraagt, zodat een draagkrachtruimte van € 6.856,- per maand resteert, waarbij de rechtbank verwijst naar de aan deze beschikking gehechte berekening. Van deze draagkrachtruimte is 60% beschikbaar voor de partnerbijdrage, zijnde een bedrag van
€ 4.114,- per maand.
€ 1.525,- per maand resteert een bedrag van € 2.589,- netto per maand, ofwel € 4.794,- bruto per maand, waarbij de rechtbank verwijst naar de aan deze beschikking gehechte berekening.
€ 4.794,- bruto per maand in overeenstemming met de wettelijke maatstaven. Het verzoek van de vrouw zal tot dit bedrag worden toegewezen.
4..De beslissing
voorlopigals volgt zal zijn: