Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De huurder huurt sinds 27 juli 2012 een woning en is in gebreke gebleven met de betaling van de huur, waardoor een achterstand van negen maanden is ontstaan, ter hoogte van €7.875,-. De verhuurder vordert betaling van de achterstand, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning.
Hoewel de huurder het belang van haar minderjarige kinderen bij het behoud van de woning aanvoert en een betalingsregeling voorstelt, heeft zij geen enkele betaling verricht sinds september 2019. De kantonrechter oordeelt dat de omvang van de huurachterstand ontbinding rechtvaardigt, ondanks het belang van de huurder.
De kantonrechter wijst de vordering tot ontbinding en ontruiming toe, veroordeelt de huurder tot betaling van de achterstallige huur en de huur vanaf juni 2020 tot ontruiming, en wijst de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten af wegens onvoldoende bewijs van ontvangst van de aanzegging. De machtiging tot inzet van politie bij ontruiming wordt eveneens afgewezen, omdat de deurwaarder dit zelfstandig kan regelen.
De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot betaling van negen maanden huurachterstand en ontruiming van de woning.