Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
In deze zaak vordert de verhuurder ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning wegens een huurachterstand. De huurder betwist de hoogte van de achterstand en stelt dat een deel inmiddels is voldaan. De kantonrechter stelt vast dat de huurder onvoldoende bewijs heeft geleverd van de door haar gestelde betalingen en gaat uit van het overzicht van de verhuurder.
De huurachterstand bedraagt uiteindelijk €1.843,98. De huurder woont in een voor haar medische behoeften aangepaste woning en toont verbetering in haar betaalgedrag. Gelet op de ernst van de tekortkoming en de gevolgen voor de huurder, acht de kantonrechter ontbinding en ontruiming op dit moment niet gerechtvaardigd.
De wettelijke rente over de achterstand wordt toegewezen evenals een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, zij het tot het lagere bedrag dat in de aanmaningen is genoemd. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de achterstand, de rente, incassokosten en proceskosten. De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt afgewezen, met de kanttekening dat bij een volgende substantiële achterstand de belangenafweging anders kan uitvallen.
Uitkomst: Vordering tot ontbinding en ontruiming afgewezen, huurder veroordeeld tot betaling huurachterstand, rente, incassokosten en proceskosten.