ECLI:NL:RBROT:2020:6582
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- M.G.L. de Vette
- W.P.M. Jurgens
- W.J. Roos-van Toor
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter na beëindiging zaak niet-ontvankelijk verklaard
In deze zaak heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. M. de Geus, rechter in de rechtbank Rotterdam, team handel en haven. Het verzoek tot wraking werd ingediend nadat partijen in de onderliggende procedure een regeling hadden getroffen en de zaak door de rechter was doorgehaald, waarmee de behandeling van de zaak was beëindigd.
De rechtbank oordeelde dat wraking bedoeld is om de onpartijdigheid van de rechter tijdens de behandeling van een zaak te waarborgen. Zodra de zaak is beëindigd, kan het wrakingsverzoek dit doel niet meer dienen. Omdat het wrakingsverzoek pas na de beëindiging van de zaak werd ingediend, verklaarde de rechtbank verzoeker niet-ontvankelijk.
De procedure betrof een civiele zaak tussen mevrouw Draisma als eiseres en verzoeker als gedaagde, waarin op 18 juni 2020 een regeling werd getroffen die in het proces-verbaal is vastgelegd. De wrakingskamer baseerde haar oordeel op artikel 36 Rv Pro en het Wrakingsprotocol van de rechtbank Rotterdam.
De beslissing werd uitgesproken op 17 juli 2020 door een meervoudige kamer, waarbij verzoeker, zijn advocaat en de betrokken rechter aanwezig waren. Hiermee is de behandeling van het wrakingsverzoek definitief beëindigd.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na beëindiging van de zaak is ingediend.