In deze zaak vordert eiseres ontbinding van de huurovereenkomst met gedaagde vanwege een huurachterstand van bijna acht maanden en ontruiming van het gehuurde. Gedaagde erkent de huurachterstand maar stelt dat hij de huur mocht opschorten vanwege gebreken aan de woning, waaronder lekkage en overlast.
De kantonrechter beoordeelt het verweer van gedaagde en concludeert dat de genoemde gebreken niet voldoende zijn onderbouwd. Een bouwkundig rapport toont geen gebreken aan, mede doordat gedaagde geen toegang tot zijn woning verleende voor inspectie. Daarnaast is onderhoud aan het pand regelmatig uitgevoerd. Het verweer wordt daarom verworpen.
De kantonrechter wijst de vorderingen van eiseres toe, waaronder betaling van de huurachterstand, wettelijke rente, maandelijkse huur vanaf juni 2020 en ontruiming binnen veertien dagen. De vordering van gedaagde tot herstel van gebreken en schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Beide partijen worden veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.