Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..De oorspronkelijke vordering
4..De vordering in verzet
5..De beoordeling
6..De beslissing
:
dinsdag 11 augustus 2020;
Rechtbank Rotterdam
In deze civiele zaak vordert Tealinez B.V. betaling van een restschuld uit effectenleaseovereenkomsten die oorspronkelijk waren gesloten met wijlen [erflater]. Na het overlijden van [erflater] stelde de pretense erfgenaam verzet in tegen een verstekvonnis dat eerder tegen [erflater] was gewezen. De rechtbank beoordeelt eerst de ontvankelijkheid van dit verzet.
De rechtbank stelt vast dat erfgenamen onder algemene titel bevoegd zijn verzet in te stellen tegen een verstekvonnis dat tegen de overledene is gewezen. Hoewel Tealinez betwist dat de verzetvoerster daadwerkelijk erfgenaam is, wordt zij in de gelegenheid gesteld dit nader te onderbouwen. Ook wordt het belang van het aanwijzen van eventuele andere erfgenamen benadrukt vanwege de ondeelbare rechtsverhouding.
De rechtbank wijst erop dat de vordering inmiddels is overgegaan van Dexia naar Tealinez via een tussenstap, waardoor Tealinez als bijzondere rechtsopvolger partij is. De zaak wordt aangehouden tot de rolzitting op 11 augustus 2020, waarbij de verzetvoerster stukken moet overleggen over de erfgenamen. Gezien de coronamaatregelen kan zij mondeling of per e-mail reageren. Het vonnis is gewezen door mr. P. Joele.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de verzetvoerster voorlopig ontvankelijk en wijst haar toe stukken te overleggen over erfgenaamschap, waarna de zaak wordt aangehouden tot de rolzitting.