De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, geboren in 2007 en 2011, vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling. De ouders oefenen het ouderlijk gezag uit, maar ondanks inzet van hulpverlening is er sprake van blijvende problematiek binnen het gezin. De kinderen vertonen sociaal-emotionele problemen, waaronder depressieve en suïcidale gedachten bij de oudste en opstandig gedrag bij de jongste.
De kinderrechter heeft de zaak op 14 juli 2020 met gesloten deuren behandeld en alle betrokkenen gehoord, waaronder de ouders, de kinderen, de Raad en de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond. Uit de stukken en de zitting blijkt dat vrijwillige hulpverlening onvoldoende resultaat heeft geboekt en dat de ouders niet in staat zijn de bedreiging van de ontwikkeling zelfstandig af te wenden.
Daarom acht de rechter het noodzakelijk dat een jeugdbeschermer de regie voert over de hulpverlening en de belangen van de kinderen behartigt. De ondertoezichtstelling wordt voor de duur van twaalf maanden uitgesproken, met als doel de kinderen beter in hun vel te laten komen en de gezinsverhoudingen te verbeteren. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.