Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:6873

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
8 juli 2020
Publicatiedatum
3 augustus 2020
Zaaknummer
C/10/598888 / FA RK 20-4520
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:4 Wvggzartikel 2 lid 1 Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing zorgmachtiging wegens niet-actuele medische verklaring en gewijzigde toestand betrokkene

De officier van justitie verzocht de rechtbank Rotterdam om een zorgmachtiging op grond van artikel 6:4 Wvggz Pro voor betrokkene. Bij het verzoek waren onder meer een medische verklaring van 24 april 2020 en een zorgplan gevoegd. De mondelinge behandeling vond plaats op 8 juli 2020 via beeld- en geluidverbinding vanwege de COVID-19 maatregelen.

De advocaat van betrokkene stelde dat de medische verklaring niet ondertekend was, maar de rechtbank oordeelde dat dit op zichzelf geen reden tot afwijzing is. Wel was de medische verklaring bijna elf weken oud en gebaseerd op summiere informatie via beeldbellen. Betrokkene had in de tussentijd vrijwillig opgenomen geweest en gaf blijk van redelijk ziekte-inzicht.

De rechtbank concludeerde dat de medische verklaring niet voldeed aan de eisen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens omdat deze niet actueel was. Daarom moest betrokkene opnieuw worden beoordeeld door een onafhankelijke psychiater, met aandacht voor vrijwillige behandelopties. Het verzoek tot zorgmachtiging werd afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek tot zorgmachtiging wordt afgewezen wegens niet-actuele medische verklaring en mogelijk gewijzigd toestandsbeeld.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

Team familie
Zaak-/rekestnummer: C/10/598888 / FA RK 20-4520
Betrokkenenummer: [nummer]
Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 8 juli 2020 betreffende een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz)
op verzoek van:
de officier van justitie in het arrondissement Rotterdam,hierna: de officier,
met betrekking tot:
[naam betrokkene],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats]
hierna: betrokkene,
wonende en verblijvende aan het [adres] , [postcode] te [woonplaats] ,
advocaat mr. D.H. van Tongerlo te Rotterdam.

1..Procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoekschrift van de officier, ingekomen op 24 juni 2020.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • de medische verklaring opgesteld door [naam psychiater] , psychiater, van 24 april 2020;
  • het zorgplan van 18 maart 2020;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur over het zorgplan;
  • de relevante politiegegevens en de strafvorderlijke- en justitiële gegevens van betrokkene;
  • het historisch overzicht met de eerder afgegeven machtigingen;
  • de e-mailcorrespondentie van 23 juni 2020 met betrekking tot de medische verklaring.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 8 juli 2020. Bij die gelegenheid zijn (overeenkomstig artikel 2 lid 1 van Pro de Tijdelijke wet COVID-19 Justitie en Veiligheid) via beeld- en geluidverbinding gehoord
 betrokkene met zijn hiervoor genoemde advocaat;
 [naam psycholoog] , psycholoog en [naam maatschappelijk werker] , maatschappelijk werker, beiden verbonden aan Parnassia Groep.
1.3.
De officier is niet gehoord, omdat hij een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig achtte.

2..Beoordeling

2.1.
De advocaat van betrokkene heeft naar voren gebracht dat de medische verklaring niet is ondertekend en dat het verzoek daarom moet worden afgewezen. De rechtbank heeft de mogelijkheid om de psychiater die de medische verklaring heeft opgesteld te horen om na te gaan waarom de verklaring niet is ondertekend. Dit is dus op zichzelf geen reden om de zorgmachtiging af te wijzen.
2.2.
De bij het verzoek gevoegde medische verklaring is echter ook niet gebaseerd op actuele informatie. De medische verklaring is opgesteld op 24 april 2020, dus bijna elf weken vóór de mondelinge behandeling van onderhavig verzoek. Hoewel de geneesheer-directeur op 23 juni 2020 heeft verklaard dat de medische verklaring niet wezenlijk is veranderd, meent de rechtbank dat het toestandsbeeld van betrokkene wel degelijk kan zijn gewijzigd. Zo is betrokkene is de tussenliggende periode vrijwillig opgenomen geweest en geeft betrokkene tijdens de zitting blijk van een vrij goed ziekte-inzicht. Daar komt nog bij dat de medische verklaring door middel van beeldbellen tot stand is gekomen vanwege de Corona-crisis en om die reden vrij summier is. Betrokkene heeft tijdens de zitting zelf naar voren gebracht dat hij het idee heeft dat er al heel lang niet goed gekeken is naar wat er echt met hem aan de hand is, maar dat de diagnose steeds wordt overgeschreven uit eerdere dossiers.
2.3.
Omdat de informatie waarop de medische verklaring gebaseerd is niet meer actueel is, wordt niet voldaan aan de eisen die naar vaste rechtspraak van he Europese Hof voor de Rechten van de Mens worden gesteld aan de medische verklaring. Betrokkene moet opnieuw worden beoordeeld door een onafhankelijke psychiater waarbij ook goed gekeken moet worden naar de mogelijkheden voor vrijwillige behandeling.
2.4.
Gelet op het voorgaande wordt het verzoek afgewezen.

3..Beslissing

De rechtbank wijst het verzoek af.
Deze beschikking is op 8 juli 2020 mondeling gegeven door mr. B. Krijnen, rechter, in tegenwoordigheid van H.J. de Wit, griffier, en op 14 juli 2020 schriftelijk uitgewerkt en getekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.