ECLI:NL:RBROT:2020:6942
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hervatting onbegeleide omgang moeder en kind na opschorting coronamaatregelen
De moeder van een minderjarige, die sinds 2017 in een pleeggezin woont, verzocht de rechtbank om de opschorting van de omgangsregeling vanwege coronamaatregelen te beëindigen en onbegeleide omgang toe te staan. De omgang was opgeschort door de gecertificeerde instelling (GI) vanwege de 1,5-meterregel en het gezondheidsrisico voor pleegouders die tot een risicogroep behoren.
De rechtbank erkent het belang van de volksgezondheid en de wettelijke grondslag van de 1,5-meterregel in het begin van de coronacrisis. Toch oordeelt zij dat het zonder meer stopzetten van alle contact in strijd is met het recht op family life zoals gewaarborgd in het EVRM. De kinderrechter vindt dat meer inspanningen hadden moeten worden verricht om contact, bijvoorbeeld via videobellen, mogelijk te maken.
Nu de virusuitbraak lijkt te zijn ingedamd en het maatschappelijk leven wordt hervat, prevaleert het recht op onbegeleide omgang boven de 1,5-meterregel. De rechtbank bepaalt dat de omgangsregeling zoals die gold tot 19 maart 2020 wordt hervat en verklaart de schriftelijke aanwijzing van 2 juni 2020 vervallen.
De moeder wordt geacht zich aan de landelijke adviezen te houden en het bezoek af te zeggen bij corona-achtige klachten. De pleegouders waren niet verschenen bij de zitting, maar hun belangen werden vertegenwoordigd door de GI. De beschikking is op 27 juli 2020 uitgesproken door kinderrechter M.J.M. Marseille.
Uitkomst: De omgang tussen moeder en kind wordt hervat conform de regeling van vóór 19 maart 2020.