ECLI:NL:RBROT:2020:6960
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot voortzetting begeleide bezoeken vader-kind bij autismeproblematiek
De moeder verzocht de kinderrechter om de gecertificeerde instelling te gelasten de begeleide bezoeken tussen de vader en het kind voort te zetten totdat er meer duidelijkheid is over de diagnose en opvoedvaardigheden. De vader en de gecertificeerde instelling waren van mening dat de begeleide omgang niet langer noodzakelijk is.
De kinderrechter stelde vast dat het ouderlijk gezag gezamenlijk wordt uitgeoefend en dat het kind bij de moeder woont. De ondertoezichtstelling was verlengd tot april 2021. De moeder baseerde haar verzoek op gewijzigde omstandigheden, waaronder de diagnose autisme bij zowel het kind als de vader en haar angst voor mogelijk geweld.
De gecertificeerde instelling en de vader betoogden dat de vader de onbegeleide omgang aankan en dat de begeleiding vanuit Coach-Point succesvol was afgerond. De kinderrechter oordeelde dat er geen zodanige verandering in omstandigheden is die rechtvaardigt dat de regeling van oktober 2019 wordt teruggedraaid.
De moeder’s zorgen over geweld waren gebaseerd op aannames en niet op concrete aanwijzingen die het contact tussen vader en kind zouden moeten beperken. De kinderrechter benadrukte het belang van onbelast contact met beide ouders voor de ontwikkeling van het kind en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek van de moeder tot voortzetting van begeleide bezoeken wordt afgewezen en onbegeleide omgang blijft van kracht.