ECLI:NL:RBROT:2020:7068
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting bedrijfspand na beschietingen
De burgemeester van Vlaardingen sloot op grond van de APV een bedrijfspand voor drie maanden na beschietingen op 5 en 6 juli 2020. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om het pand open te houden.
De politie trof meerdere kogelinslagen en munitie aan bij het pand en in de omgeving. Verweerder stelde dat het openhouden van het pand een ernstig gevaar voor de openbare orde vormde en dat het belang van herstel van het woon- en leefklimaat zwaarder woog dan het belang van verzoeker.
Verzoeker stelde dat de beschietingen gericht waren op een aannemer en dat het gevaar daardoor was verdwenen. De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het gevaar was weggenomen en dat het onderzoek nog liep. Ook de gevolgen voor verzoeker wogen niet zwaarder dan het belang van de openbare orde.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit naar verwachting in stand kan blijven en wees het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van het bedrijfspand wordt afgewezen.