Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding van 18 mei 2020 met producties;
- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie met producties;
- de akte van Siscon, met wijziging eis en incidentele vordering met producties;
- het tussenvonnis van deze rechtbank van 17 juni 2020 waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de conclusie van antwoord in reconventie met productie;
- de e-mail namens IJsselwaard van 30 juni 2020 met producties;
- het faxbericht namens Siscon van 30 juni 2020 met producties;
- de conclusie van antwoord in het incident.
2..De vaststaande feiten in conventie en in reconventie
- de huurprijs € 4.750,00
- de over de huurprijs verschuldigde omzetbelasting € 997,50
- servicekosten € 300,00
- de over de servicekosten verschuldigde omzetbelasting€ 63,00
3..Het geschil in conventie en in reconventie
- primair: de huurovereenkomst te ontbinden vanwege onvoorziene omstandigheden op grond van artikel 6:258 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en om aan die ontbinding terugwerkende kracht te verlenen op grond van lid 1 van dat artikel, althans
- subsidiair: de overeenkomst te wijzigen in die zin dat de ingangsdatum de datum van dit vonnis zal zijn en dat het nadeel bij helfte tussen partijen wordt verdeeld, in die zin dat de huurprijs en de servicekosten 50% zullen bedragen van de huurprijs die partijen destijds hebben afgesproken, waarbij IJsselwaard € 10.000,00 zal bijdragen in de kosten van verhuizing en inrichting, eventueel onder door de kantonrechter nader te stellen voorwaarden,
- primair en subsidiair: met veroordeling van IJsselwaard in de kosten van deze procedure.