ECLI:NL:RBROT:2020:7209
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en gokverslaving
Verzoeker diende een verzoek in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling met een schuldenlast van ruim €109.000. De rechtbank oordeelde dat verzoeker niet te goeder trouw was, mede vanwege een fraudeschuld aan de gemeente Rotterdam die niet betwist werd en verband hield met gokactiviteiten. Verzoeker stond onder beschermingsbewind en gaf toe geld in casino's te hebben uitgegeven.
De rechtbank stelde dat de gokverslaving van verzoeker niet onder controle was, ondanks zijn verklaring het casino het afgelopen half jaar niet te hebben bezocht. De beoordelingscriteria schrijven voor dat verslaving minimaal een jaar onder controle moet zijn om toelating te rechtvaardigen. Gezien het ontbreken hiervan en het niet maken van bezwaar tegen de terugvordering, bestond gegronde vrees dat verzoeker zijn verplichtingen niet zou nakomen.
Daarom werd het verzoek afgewezen. De rechtbank benadrukte dat dit oordeel niet uitsluit dat er ook andere gronden voor afwijzing zijn. Tegen de uitspraak staat hoger beroep open binnen acht dagen, uitsluitend door een advocaat in te dienen bij het gerechtshof.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens gebrek aan goede trouw en gegronde vrees dat de verplichtingen niet worden nagekomen.