Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2020:7212

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
29 juli 2020
Publicatiedatum
17 augustus 2020
Zaaknummer
FT RK 20-367
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 FaillissementswetArt. 8 Faillissementswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging faillissementsvonnis Passie4hospitality B.V. wegens niet-staken van betaling

Passie4hospitality B.V. werd op 14 juli 2020 door de rechtbank Rotterdam failliet verklaard. Tegen dit vonnis stelde zij tijdig verzet in, waarbij zij stelde niet te zijn opgehouden met betalen. De verweerster stemde in met het verzoek en wilde geen verweer voeren. De curator gaf aan dat zekerheid was gesteld voor betaling van zijn salaris en verschotten.

De rechtbank oordeelde dat voldoende feiten en omstandigheden waren aangeleverd die aantonen dat Passie4hospitality B.V. niet in staat van faillissement verkeert, omdat zij niet is opgehouden met betalen. Daarom werd het faillissementsvonnis van 14 juli 2020 vernietigd.

Daarnaast stelde de rechtbank het salaris van de curator vast op €2.027,94 en de verschotten op €81,12, exclusief omzetbelasting, en bracht deze kosten ten laste van verzoekster. De uitspraak werd gedaan zonder mondelinge behandeling vanwege de tijdelijke TARIC-regeling in verband met de coronacrisis.

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld binnen acht dagen, uitsluitend door een advocaat bij het gerechtshof.

Uitkomst: Het faillissementsvonnis van 14 juli 2020 wordt vernietigd omdat Passie4hospitality B.V. niet is opgehouden met betalen.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie
verzet gegrond
insolventienummer [nummer]
uitspraakdatum: 29 juli 2020
Vonnis op het verzoekschrift van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Passie4hospitality B.V.,
gevestigd Lichtenauerlaan 120,
3062 ME Rotterdam,
verzoekster,
advocaat: mr. J-M.F. Honders,
strekkende tot vernietiging van het vonnis van deze rechtbank van
14 juli 2020, waarbij zij op verzoek van:
[verweerster],
wonende te [woonplaats] ,
verweerster,
advocaat mr. G. Bloem,
in staat van faillissement is verklaard met benoeming van mr. J.C.A.T. Frima tot rechter-commissaris en met aanstelling van mr. J. Smael als curator.

1.De procedure

Het verzoekschrift is op 21 juli 2020 ter griffie ontvangen.
Bij e-mailbericht van 24 juli 2020 heeft de advocaat van verweerster bericht dat verweerster het eens is met het verzoek, geen verweer wenst te voeren en instemt met afdoening zonder mondelinge behandeling.
Bij bericht van 28 juli 202 heeft de curator zijn bevindingen aan de rechtbank doen toekomen en medegedeeld dat zekerheid is gesteld voor de betaling van zijn salaris en verschotten.
De uitspraak is bepaald op heden.

2.De beoordeling

Nu het verzet tijdig is ingesteld, is verzoekster ontvankelijk in haar verzoek.
Gelet op het voorgaande oordeelt de rechtbank dat voldoende is gebleken van feiten en omstandigheden die aantonen dat verzoekster niet verkeert in de toestand van te hebben opgehouden te betalen. De rechtbank zal daarom het vonnis van 14 juli 2020 vernietigen en het salaris van de curator en de verschotten vaststellen.

3.De beslissing

De rechtbank:
  • vernietigt het vonnis van deze rechtbank van 14 juli 2020, waarbij verzoekster in staat van faillissement is verklaard;
  • stelt het salaris van de curator vast op € 2.027,94 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van verzoekster;
- stelt de verschotten vast op € 81,12 (exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting) en brengt dit bedrag ten laste van verzoekster.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van E.J. van Gruijthuijsen, griffier, in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2020. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.