ECLI:NL:RBROT:2020:7230
Rechtbank Rotterdam
- Beschikking
- H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot goedkeuring afwijkend huurbeding bedrijfsruimte Hoek van Holland
Verzoekster verhuurt sinds 1 januari 2018 een bedrijfsruimte aan verweerder in Hoek van Holland. In de huurovereenkomst zijn bedingen opgenomen die afwijken van de wettelijke bepalingen van het huurrecht bedrijfsruimte, waaronder het recht van tussentijdse opzegging door verhuurder en afstand van huurrechten door huurder.
Verzoekster vraagt goedkeuring van deze afwijkende bedingen ex artikel 7:291 BW Pro. De kantonrechter beoordeelt of deze afwijkingen de rechten van verweerder als huurder wezenlijk aantasten en of verweerder maatschappelijk gezien geen bescherming behoeft.
De kantonrechter oordeelt dat verweerder niet in een zodanige sterke positie verkeert dat bescherming achterwege kan blijven. De bedingen leiden tot een wezenlijke aantasting van de huurrechten, waaronder het verlies van huurbescherming en compensatierechten. Verzoekster heeft onvoldoende feiten gesteld om dit te weerleggen. Verweerder was niet juridisch bijgestaan en niet gewezen op de gevolgen van de bedingen.
Daarom wordt het verzoek tot goedkeuring afgewezen en verzoekster veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot goedkeuring afwijkende huurbedingen wordt afgewezen wegens wezenlijke aantasting van huurrechten huurder.