ECLI:NL:RBROT:2020:7236
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- W.P.M. Jurgens
- M.G.L. de Vette
- W.J. Roos-van Toor
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter afgewezen wegens niet-tijdigheid
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. J.A.P.M. van Meer-Wijtvliet, rechter-plaatsvervanger te Rotterdam, naar aanleiding van gedragingen tijdens een zitting op 22 juni 2020. De klacht werd echter pas op 30 juni 2020 ingediend, wat de wrakingskamer als te laat beoordeelde. Volgens vaste jurisprudentie moet een wrakingsverzoek worden ingediend zodra de feiten en omstandigheden waarop het verzoek is gebaseerd bekend zijn, met slechts een korte termijn voor beraad.
Verzoekster stelde dat zij na de zitting overleg voerde met haar advocaat en tijd nodig had om de klacht te formuleren, mede door drukte bij haar en haar advocaat. De wrakingskamer oordeelde echter dat deze omstandigheden onvoldoende rechtvaardiging boden voor de overschrijding van de termijn. Het verzoek tot wraking had binnen enkele dagen na de zitting moeten worden ingediend.
Daarnaast overwoog de wrakingskamer dat ondanks dat de communicatie tussen verzoekster en de rechter niet optimaal was, er geen objectieve aanwijzingen waren voor vooringenomenheid van de rechter. Zelfs als het verzoek ontvankelijk was geweest, zou het onvoldoende grond hebben gevormd voor toewijzing.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek tot wraking derhalve niet-ontvankelijk en wees het af. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters, waarbij mr. M.G.L. de Vette de uitspraak deed.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar wrakingsverzoek wegens overschrijding van de termijn.