Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De vaststaande feiten
3..Het geschil
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een vordering van DSW Zorgverzekeraar tegen een verzekerde voor niet-betaalde zorgpremies over de periodes maart 2018 en juni 2019. DSW stelt dat de verzekerde zijn premiebetalingsverplichtingen niet is nagekomen en eist betaling van het openstaande bedrag inclusief wettelijke rente en incassokosten.
De verzekerde betwist de vordering deels en overlegt betaalbewijzen die volgens hem niet correct zijn verwerkt door DSW. Tevens stelt hij dat de premie voor juni 2019 reeds door het CAK is voldaan. DSW weerlegt dit met een overzicht van aan- en afmeldingen bij het CAK waaruit blijkt dat de aanmelding pas per juli 2019 is hervat.
De rechtbank oordeelt dat het bestaan van de zorgverzekeringsovereenkomst en de premiebetalingsplicht niet in geschil zijn. De betaalbewijzen van de verzekerde zijn niet relevant voor de gevorderde premieperioden. De stelling dat het CAK de premie heeft voldaan wordt niet onderbouwd en is niet aannemelijk. De vordering tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente en incassokosten wordt toegewezen. De verzekerde wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verzekerde wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige premie, wettelijke rente en incassokosten aan DSW Zorgverzekeraar.