Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (hierna: het UWV);
- [naam VOF] (hierna: de Tandartspraktijk);
- verzoekers;
- [betrokkene] , werkzaam bij Avres Schulddienstverlening (hierna: schuldhulpverlening);
Rechtbank Rotterdam
Verzoekers hebben een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om een schuldeiser, de Tandartspraktijk, te dwingen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling. De schuldregeling voorziet in een betaling van circa 12% aan preferente en 6% aan concurrente schuldeisers tegen finale kwijting, gebaseerd op de afloscapaciteit van verzoekers. De Tandartspraktijk, met een vordering van €372,90 (0,38% van de totale schuldenlast), stemde niet in en was niet verschenen op de zitting.
De rechtbank overweegt dat het belang van de Tandartspraktijk bij volledige betaling erkend wordt, maar dat dit belang onevenredig is ten opzichte van het belang van verzoekers en de overige schuldeisers die instemmen. Het voorstel is getoetst door een onafhankelijke deskundige en goed gedocumenteerd. Verzoekers beschikken over stabiele inkomsten en staan onder beschermingsbewind, waardoor het risico op nieuwe schulden gering is.
De rechtbank concludeert dat het dwangakkoord het uiterste is wat verzoekers kunnen bieden en dat het resultaat gunstiger is dan bij toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, die extra kosten met zich brengt. Daarom beveelt de rechtbank de Tandartspraktijk in te stemmen met de regeling, veroordeelt haar in de proceskosten en wijst het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling af.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en schuldeiser wordt bevolen in te stemmen met de schuldregeling.