Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het verzoekschrift, ingekomen op 20 juli 2020, met producties;
- de door [verzoekster] per e-mailbericht van 28 juli 2020 overgelegde productie 23.
2..De vaststaande feiten
- 20 april 2020: € 100,-;
- 6 mei 2020: twee maal € 662,85;
- 21 mei 2020: € 662,85;
- 23 juni 2020: € 908,-.
3..Het verzoek
4..Het verweer
5..De beoordeling
6..De beslissing
- het loon van [verzoekster] ten bedrage van € 1.396,37 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiebijslag en overige emolumenten, over de maanden maart 2020 tot en met juni 2020, te verminderen met het reeds betaalde bedrag van € 2.996,55 netto aan salaris en te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de respectievelijke dagen van opeisbaarheid tot aan de dag van algehele voldoening;
- de transitievergoeding ten bedrage van € 504,07 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 augustus 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;
- de aanzegvergoeding ten bedrage van € 1.396,37 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2020 tot aan de dag van algehele voldoening;
- de kosten van het deskundigenoordeel ten bedrage van € 100,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van deze beschikking tot aan de dag van algehele voldoening;