Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
2..De verdere beoordeling
3..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De Stichting Vestia vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] en ontruiming van de woning aan een adres te Rotterdam. Vestia stelt dat [gedaagde] de woning heeft onderverhuurd en niet als hoofdverblijf heeft gebruikt, gebaseerd op een rapportage van het Interventieteam Bloemhof-Hillesluis na een huisbezoek op 28 mei 2019.
[gedaagde] heeft tegenbewijs geleverd met handgeschreven verklaringen van omwonenden en kennissen, huisartsafspraken, medicatieoverzichten, brieven over de opleiding van zijn zoon en bankafschriften. Deze stukken tonen aan dat zijn leven zich in de nabijheid van de woning afspeelde, maar ontzenuwen niet voldoende dat hij en zijn zoon hun hoofdverblijf in de woning hadden en dat er geen onderverhuur was.
De kantonrechter oordeelt dat de bewijsstukken onvoldoende twijfel zaaien over de voorshands bewezen stelling van Vestia. Het verweer van [gedaagde] blijft vaag en algemeen, en hij heeft nagelaten tijdig openheid te geven over de personen die in de woning verbleven tijdens het huisbezoek. Daarom wordt de vordering van Vestia toegewezen, de huurovereenkomst ontbonden en ontruiming binnen 14 dagen bevolen. [gedaagde] wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen 14 dagen.