Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..[eiser 1 in conventie/verweerder in reconventie] ,
1..Het verloop van de procedure
2..De vordering en het verweer in conventie
3..De vordering en het verweer in reconventie
4..De beoordeling
5..De beslissing
:
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een geschil over een huurovereenkomst van een bedrijfsruimte te Oud-Beijerland. De verhuurders vorderden ontbinding van de huurovereenkomst wegens niet-nakoming van betalingsverplichtingen door de huurder, die betwistte de overeenkomst te zijn aangegaan omdat zijn handtekening onder het contract vervalst zou zijn door een tussenpersoon.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter internationaal bevoegd was en Nederlands recht van toepassing. De kernvraag was of de huurovereenkomst voor vijf jaar was aangegaan, zoals door verhuurders gesteld, of dat deze voor onbepaalde tijd was wegens vervalsing van de handtekening.
De rechtbank stelde vast dat de tussenpersoon namens de huurder handelde en dat de verhuurders gerechtvaardigd mochten vertrouwen op de geldigheid van de handtekening vanwege de schijn van volmacht. De huurder had het pand betrokken en aanvankelijk huur betaald, waardoor hij gebonden was aan de overeenkomst.
De vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst werd toegewezen en de huurder veroordeeld tot ontruiming binnen twee dagen, betaling van achterstallige huur, boetes en proceskosten. De tegenvordering van de huurder tot terugbetaling van reeds betaalde bedragen werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van onverschuldigde betaling.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden, de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur en kosten.