Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
30 januari 2019. Schuldenaar is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen. Ter zitting zijn afspraken gemaakt.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenaar, waarbij de rechter-commissaris en bewindvoerder betrokken waren. Schuldenaar was niet verschenen bij de zitting maar werd vertegenwoordigd door een advocaat. De rechtbank stelde vast dat schuldenaar niet voldeed aan de verplichtingen van de regeling, waaronder het informeren van de bewindvoerder en het naleven van de sollicitatieplicht.
Er werd vastgesteld dat schuldenaar een fraudeschuld had bij de gemeente inzake terugvordering van de Participatiewetuitkering, deels voor de periode voorafgaand aan de schuldsaneringsregeling. Schuldenaar had zijn feitelijke woonsituatie niet correct doorgegeven, wat leidde tot een schending van de inlichtingenplicht. Tevens ontstond tijdens de regeling een nieuwe bovenmatige schuld die niet was voldaan.
De rechtbank oordeelde dat schuldenaar onvoldoende medewerking verleende, geen sollicitatiebewijzen kon overleggen en geen medische gronden had die arbeidsongeschiktheid konden onderbouwen. Het rapport van een arts toonde aan dat schuldenaar niet bereid was zijn situatie duurzaam te verbeteren. De rechtbank concludeerde dat schuldenaar zijn schuldeisers benadeelde door gebrek aan inzet.
Op grond van deze tekortkomingen en de aard van de fraudevordering werd de schuldsaneringsregeling tussentijds beëindigd conform artikel 350 lid 3 sub Pro c, d, e en f Faillissementswet. Het verzoek tot verlenging werd afgewezen. Het salaris van de bewindvoerder werd vastgesteld op maximaal € 3.138,43. Er was geen sprake van faillissement van rechtswege.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens tekortkomingen en fraudevordering gemeente.