ECLI:NL:RBROT:2020:7556
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot tenuitvoerlegging voorwaardelijk strafdeel wegens onvoldoende naleving bijzondere voorwaarden
De rechtbank Rotterdam behandelde op 9 juli 2020 de vordering van de officier van justitie tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk strafdeel dat bij vonnis van 27 december 2012 was opgelegd aan de veroordeelde. Dit strafdeel betrof een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar.
De reclassering rapporteerde dat de veroordeelde zich onvoldoende hield aan meldplichtafspraken, dagbesteding, behandeling en woonbegeleiding, en bovendien onbereikbaar was. De officier van justitie vorderde daarom tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafdeel. De verdediging voerde aan dat het vonnis oud is en dat bijzondere omstandigheden een afwijzing rechtvaardigen, of subsidiair een proeftijdverlenging.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde verwijtbaar de bijzondere voorwaarden niet nakwam, maar gelet op het belang van een nieuw traject in een andere strafzaak en het tijdsverloop van ruim zeven jaar, geen onmiddellijke tenuitvoerlegging wordt gelast. Ook is geen aanleiding voor verlenging van de proeftijd. De vordering tot tenuitvoerlegging wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafdeel af.