De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning verleend aan Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) voor het wijzigen van een bestaande gas- en productieput door het aanleggen van een boorgat op een bestaande mijnlocatie in Pernis West, Rotterdam. De vergunning heeft betrekking op het boren van een sidetrack in put PRW-6, waarbij de bovengrondse installatie en productiecapaciteit ongewijzigd blijven.
Verzoeker maakt bezwaar tegen het besluit vanwege mogelijke seismische trillingen en schade als gevolg van de gaswinning, en stelt dat de continuering van gaswinning niet verenigbaar is met gemeentelijke energietransitieambities. De rechtbank stelt vast dat de bezwaren zien op de gaswinning zelf, welke niet binnen het toetsingskader van de omgevingsvergunning valt, maar onderdeel is van de instemmingsprocedure voor het winningsplan. Dit winningsplan is onherroepelijk en recentelijk verlengd door de minister.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de bezwaren niet kunnen leiden tot vernietiging of schorsing van de omgevingsvergunning. De aanvraag is getoetst aan milieubescherming en voldoet aan de wettelijke eisen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door mr. A.S. Flikweert op 28 augustus 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.