ECLI:NL:RBROT:2020:7619

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
21 augustus 2020
Publicatiedatum
31 augustus 2020
Zaaknummer
C/10/599178 / JE RK 20-1811
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling kind wegens bedreigde ontwikkeling door gebrek aan omgang

De gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West verzoekt de rechtbank om de ondertoezichtstelling van een minderjarig kind te verlengen. Het kind woont bij de moeder, die het ouderlijk gezag uitoefent. De vader heeft sinds december 2019 geen omgang meer met het kind, ondanks een eerdere beschikking die omgang voorschrijft. De vader en zijn advocaat uiten hun frustratie over het gebrek aan uitvoering en de geringe druk op de moeder om omgang mogelijk te maken.

De rechtbank constateert dat het kind in zijn ontwikkeling wordt bedreigd door het ontbreken van onbelast contact met beide ouders. De omgangsregeling blijkt praktisch onuitvoerbaar en er is geen oplossing gevonden die recht doet aan de eerdere beschikking. Daarnaast is er onvoldoende zicht op de thuissituatie en de invloed van de emoties van de moeder op het kind. Daarom wordt een onderzoek door PSY Drechtsteden ingesteld, waarbij ook de thuissituatie van de vader wordt betrokken.

Op basis van deze feiten en het wettelijke criterium van artikel 1:255 BW Pro besluit de kinderrechter de ondertoezichtstelling met twaalf maanden te verlengen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden via hoger beroep bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van het kind wordt verlengd tot 5 september 2021 wegens bedreigde ontwikkeling door gebrek aan onbelast contact met de vader.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
Zaakgegevens: C/10/599178 / JE RK 20-1811
datum uitspraak: 21 augustus 2020

beschikking verlenging ondertoezichtstelling

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming West, regio Zuid-Holland Zuid,

hierna te noemen de GI,
gevestigd te Dordrecht,
betreffende

[naam kind] , geboren op [geboortedatum kind] 2017 te [geboorteplaats kind] ,

hierna te noemen [naam kind] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:

[naam moeder] , hierna te noemen de moeder,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

[naam vader] , hierna te noemen de vader,

wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit het verzoek met bijlagen van de GI van 25 juni 2020, ingekomen bij de griffie op 29 juni 2020. Op 22 juli 2020 is op de griffie van de rechtbank ontvangen de brief van de GI van 20 juli 2020.
Op 21 augustus 2020 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat mr. J. Brouwer,
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam vertegenwoordigster] .
Opgeroepen en niet verschenen is de moeder, met kennisgeving hiervan.

De feiten

Het ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.
[naam kind] woont bij de moeder.
Bij beschikking van 5 september 2019 is [naam kind] onder toezicht gesteld tot 5 september 2020.

Het verzoek

De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [naam kind] te verlengen voor de duur van een jaar.
De GI handhaaft ter zitting het verzoek. De vader heeft sinds december 2019 geen omgang meer gehad met [naam kind] . Op 30 juni 2020 heeft de kinderrechter in een beschikking duidelijk opgenomen dat er omgang dient te zijn tussen [naam kind] en de vader. Ook is opgenomen dat de vader [naam kind] iedere donderdag zal ophalen bij het kinderdagverblijf. Het probleem is echter dat [naam kind] op donderdag niet naar het kinderdagverblijf gaat. Er dient besproken te worden hoe dit kan worden opgelost. Daarnaast heeft de moeder aangegeven toestemming te verlenen voor een onderzoek door PSY Drechtsteden. Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek kunnen verdere stappen worden gezet.

Het standpunt van de vader

De vader stemt ter zitting, mede bij monde van zijn advocaat, in met het verzoek van de GI. De situatie is enorm frustrerend voor de vader. Er wordt te weinig druk uitgeoefend door de GI op de moeder om de omgang tussen [naam kind] en de vader mogelijk te maken. Er is een beschikking over de omgang, die wordt gesteund door de GI, maar deze blijkt in de praktijk niet uitvoerbaar te zijn. De moeder is ook niet welwillend om de omgang op een andere wijze of op een ander tijdstip vorm te geven. De vader maakt zich zorgen over de ontwikkeling van [naam kind] . Het is belangrijk voor [naam kind] dat hij twee ouders heeft die betrokken zijn. Het is daarom van belang dat de moeder de vader toelaat in het leven van [naam kind] en hem betrekt bij de opvoeding en verzorging van [naam kind] .

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind] nog altijd in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. De bedreiging ligt in het niet kunnen hebben van onbelast contact met beide ouders. Ondanks de beschikking van de kinderrechter van 30 juni 2020 is er nog altijd geen omgang tussen [naam kind] en de vader, daar deze praktisch gezien ten dele onuitvoerbaar blijkt te zijn en er onderling kennelijk geen oplossing hiervoor kan worden gevonden die recht doet aan de strekking van de beschikking van 30 juni jl. Er dient een gestructureerde en voorspelbare omgangsregeling te zijn waar beide ouders hun medewerking aan verlenen. Daarnaast is er nog altijd onvoldoende zicht op de thuissituatie van [naam kind] en het effect van de emoties van de moeder op [naam kind] . Hiervoor zal onderzoek worden gedaan door PSY Drechtsteden, in welk onderzoek ook de thuissituatie van de vader wordt betrokken, zodat zicht komt op de opvoedvaardigheden van beide ouders. Het is van belang dat beide ouders hieraan gemotiveerd zullen meewerken. Al naar gelang van de uitkomsten van het onderzoek door PSY Drechtsteden kan de GI eventueel nadere hulpverlening inzetten.
Uit voorgaande volgt dat is voldaan aan het wettelijke criterium genoemd in artikel 1:255 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De kinderrechter zal daarom de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengen voor de duur van twaalf maanden.

De beslissing

De kinderrechter:
verlengt de ondertoezichtstelling van [naam kind] tot 5 september 2021;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Verweij, kinderrechter, in tegenwoordigheid van
mr. C.N. Arduin als griffier en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2020.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.