Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1..Het verloop van de procedure
- het exploot van dagvaarding, met producties;
- de conclusie van antwoord, met één productie;
- het vonnis van 18 juni 2020, waarbij een mondelinge behandeling is bepaald;
- de brief van 4 augustus 2020 zijdens Vestia, met één productie.
2..De vaststaande feiten
3..De vordering
- de huurovereenkomst tussen partijen te ontbinden, met veroordeling van [gedaagde] om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de woning te ontruimen;
- [gedaagde] te veroordelen om aan Vestia te betalen € 2.748,34, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.608,95 vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van algehele voldoening;
- [gedaagde] te veroordelen om aan Vestia te betalen € 768,03 voor iedere maand, te vermeerderen met de (wettelijk) toegestane huurverhoging, te rekenen vanaf 1 mei 2020, zolang [gedaagde] in gebreke blijft met ontruiming van de woning, een gedeelte van een maand voor een hele te rekenen;
- [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.