Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
handelend onder de naam [handelsnaam],
Rechtbank Rotterdam
Tussen eiseres en gedaagde bestond een huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte te Rotterdam van vijf jaar, lopende tot november 2023. Gedaagde bleef meer dan vijf maanden achter met huurbetalingen, wat een ernstige tekortkoming vormde. Eiseres vorderde ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming, betaling van achterstallige huur, boeterente, incassokosten en een schadevergoeding.
Gedaagde betwistte de vordering en verwees naar financiële problemen en pogingen tot regeling, mede door de coronacrisis. De kantonrechter stelde vast dat de huurachterstand onbetwist was en dat de contractuele boete en incassokosten terecht waren gevorderd. De ontbinding werd toegewezen vanwege de ernstige tekortkoming en het recht van eiseres op betaling.
De ontruiming werd bevolen binnen drie dagen na uitspraak. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, boeterente, incassokosten en een schadevergoeding wegens huurderving tot maximaal de oorspronkelijke looptijd van de huurovereenkomst, nader op te maken bij staat. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en gedaagde veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur, boeterente, incassokosten en schadevergoeding.