ECLI:NL:RBROT:2020:7700
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens prostitutie door derden in sociale huurwoning
De Stichting Woonbron vordert ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] wegens het gebruik van de gehuurde woning voor bedrijfsmatige prostitutie door derden zonder vergunning. Op 10 augustus 2019 trof de politie drie vrouwen aan die zich in de woning prostitueerden. De burgemeester verlengde de sluiting van de woning tot 19 november 2019.
[gedaagde] betwist de vordering en stelt dat hij zelf niet in de woning verbleef en niets wist van de prostitutie; hij had een asielzoeker tijdelijk ondergebracht. Woonbron stelt dat de huurder tekort is geschoten in zijn verplichtingen als goed huurder en dat dit een ontbinding rechtvaardigt.
De kantonrechter oordeelt dat het gebruik van de woning voor prostitutie zonder vergunning een ernstige tekortkoming is en dat [gedaagde] tekort is geschoten in zijn toezichtplicht. Het belang van Woonbron bij ontbinding weegt zwaarder dan het belang van [gedaagde] bij behoud van de woning. De huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming binnen veertien dagen bevolen, met betaling van huur tot ontruiming en veroordeling in kosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en ontruiming binnen veertien dagen bevolen wegens prostitutie door derden in de woning.